14-04-05

Join the club!


[cultuur] ... of toch niet? Gisteren bij CDS naar een interessante gespreksavond met Jan Puype geweest. De zelfstandige journalist heeft een boek geschreven over elitaire en serviceclubs. Er zijn in België tientallen verenigingen actief, waar personen uit allerlei middens op vaak obscure plaatsen samenkomen. Doel? Netwerking. Zowat alle toplui van ons land - de economische en politieke elite - komen op geregelde tijdstippen bij elkaar om afspraken te maken en elkaar wederzijds te beïnvloeden. Op die manier gebeurt een groot deel van de besluitvorming en dat op alle niveau's: regionaal, federaal en Europees.
Allemaal goed en wel, zij het dat die genootschappen vaak een louche karakter hebben en weinig open opereren. Vrouwen zijn voor het overgrote deel niet toegelaten, aldus Puype. Bovendien kan je ook als man niet overal zomaar toetreden. Je moet voorgedragen worden. Het blijft gereserveerd voor een selecte groep uit de toplaag van de bevolking. Bij enkele clubs moet je zelfs binnen een bepaalde kring geboren zijn: adellijke clubs laten zelfs geen nouveaux riches of pas in de adelstand verheven. Zoniet blijf je voor een gesloten poort staan.Ik kan er inkomen dat, als je aan de top van de piramide staat, zo'n soort netwerking hoogstnoodzakelijk is. Belangrijke beslissingen worden nu eenmaal niet in het parlement genomen. Maar voor de rest: waarom zou je het doen? Het lijkt vaak meer op een vrijetijdsbesteding van rijkelui en dito -luiszoontjes, die al eens een Porsche aan elkaar uitlenen. Men kan de grote man uithangen, de inhoudsloze bourgeois, de grootsprakerige en leeghoofdige would-be haute financier (nu hou ik op voor u mij van rabiaat marxisme beschuldigt), kortom, veel geblaat maar bijzonder weinig wol, want niet in alle clubs wordt het economisch en buitenlands beleid van ons land uitgestippeld. Een aantal onder hen zijn wel meer open, zoals de Rotary en Lion's Club (tip: van het mannelijk geslacht zijnde hebt u een stap voor), en die verrichten "goede werken voor de samenleving". U betaalt, en u hoort er bij. Maar ach: enerzijds doet men aan caritas, maar, aldus Puype, aan de andere kant hebben die verenigingen aandelen in wapenfabrikanten. U begrijpt dat dit voor de buitenstaander, hoezeer deze de medemens ook appreciëert, bijzonder ambigu overkomt en zich er heel kritisch tegenover stelt. Volgens mij is het een vorm van sublimatie: sommigen hebben nood aan waardering en bewondering. Ze kunnen dit in het dagelijkse leven niet ervaren en proberen toe te treden tot een genootschap om "part of the club" te zijn, om erbij te horen. Bij anderen is het echter een evidentie en hoort het bij de sociale positie: noblesse oblige.
Ten lange leste had Puype het ook over de Loge. Interessant. Hij relativeerde meteen het politieke belang ervan. Dat bewering dat alle belangrijke knopen van wijlen paars-groen tussen logebroeders doorgehakt werden, schijnt overdreven. Of dit zo is weet ik niet, maar het feit dat ze elkaar op zo'n obscure plaatsen en momenten ontmoeten, maakt mij wantrouwig. Het is bijzonder pijnlijk dat net zij die zich continu uitspreken voor participatie, directe democratie, betrokkenheid van de 'burger' bij het bestuur etcetera etcetera zich van tijd tot tijd opsluiten om samen de 'grote problemen' te bespreken. Of is dit niet zo? Zolang dit alles achter gesloten deuren blijft plaatsvinden blijven ze in een mist van geheimzinnigheid gehuld...

00:47 Gepost door peterNET | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.