20-01-05

Artistieke vrijheid


Zopas op de site van De Standaard gelezen dat een Oostenrijkse regisseur, genaamd Johann Kresnik, een theaterstuk heeft gemaakt over de zelfmoord en het leven van Hannelore Kohl, echtgenote van de gelijknamige Helmut. Er komen nogal wat omstreden passages in voor, zoals een scène over het drinken van een gifbeker. De ex-kanselier heeft alvast heftig gereageerd zeggende dat dit misbruik van de artistieke vrijheid is. En daar kan ik hem voor de volle honderd procent in volgen.
Waar ligt de grens tussen artistieke vrijheid en het ronduit kleineren van weerloze mensen? Principieel ben ik tegen restricties van de artistieke vrijheid. Hoewel sommige dingen mij compleet, maar dan ook compleet gek zijn – zie hiervoor o.a. mijn stukje over de kever op het Leuvense Ladeuzeplein (peterNET hoofdsite) - moeten het kunnen. Censuur is in een democratische maatschappij totaal uit den boze. Zoniet waren sommige teksten op peterNET wellicht door hogere overheden van het internet gehaald.
Artistieke vrijheid moet echter zijn plaats kennen in de maatschappij én bepaalde regels van fatsoen in acht nemen. Ik weet niet of de wereld ermee gebaat is dat men de draak steekt met een persoonlijk drama van een groot staatsman. Wie zich hiermee wil profileren affronteert bovendien andere kunstenaars. Kunst, in welke vorm dan ook, heeft een grote maatschappelijke waarde, op voorwaarde dat ook de kunstenaar waarden in zijn werk opneemt. Dat kunnen precies tegenwaarden zijn, als protest tegen een dictatoriaal regime, maar bepaalde fundamentele begrippen moet men blijven in acht nemen. Zo is respect voor het privé-leven van anderen één van die waarden. Iedereen is gesteld op privacy en dat is een basisrecht. Hoe kunstzinnig en creatief men ook kan zijn, er zijn grenzen aan het toelaatbare. Denken we maar aan de commotie rond een boek van Herman Brusselmans een aantal jaar geleden, toen hij een modeontwerpster in nogal expliciete bewoordingen kleineerde. De verspreiding van zijn boeken moest stopgezet worden en het ganse land stond op zijn kop. Iedereen begon plots Voltaire te parafraseren (“Ik ben het totaal niet met u eens, maar ik zou mijn leven geven opdat u uw mening zou kunnen verkondigen”), maar stelde zich niet in de plaats van de persoon in kwestie. Dit was een vorm van massahysterie.
De artiest moet zich een systeem van checks and balances voorhouden: enerzijds mag hij zijn creativiteit uiten, maar anderzijds moet hij zich distantiëren van aanvallen op het persoonlijk leven van de mensen. Uw vrijheid stopt waar de mijne begint. Hoewel ik dit principe normaalgezien nogal ruim interpreteer, vind ik een strikte toepassing in dit geval aangewezen. Dit is geen uiting van conservatisme van mijnentwege, maar een aanklacht tegen de grenzeloze pretentie van een marginale groep kunstenaars. Ze gedragen zich als pedante pseudo-intellectuelen, maar vergeten dat er onbetwistbare waarden en normen zijn die door de gemeenschap aanvaard worden.
Laten we duidelijk zijn: ja tegen artistieke vrijheid (een vuilniszak in een museum is kunst!), neen tegen flagrante inbreuken op het privé-leven van weerloze mensen. Zelfs in de dood is men niet meer veilig voor de profileringsdrang van zelfverklaarde kunstpausen.

21:34 Gepost door peterNET | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

eindelijk nog eens een complexloze lelijkerd!

Gepost door: Tiberius | 22-01-05

De commentaren zijn gesloten.